Untitled Document

Witte Beer beeld In het weekend van 6 en 7 juli zal het toernooi plaats vinden van de Witte Beer. Dit toernooi betekent het jaarlijks terugkerende hoogtepunt van het gelijknamige Brugse gezelschap dat wordt uitgebeeld door de ridders van Stichting HEI. Dit gezelschap bestond uit de bovenlaag van de poorterij van Brugge en dan met name hen die zich wilden bewijzen in de krijgskunsten en een politieke carriere ambieerden. Niet alleen poorters staken er maar bijvoorbeeld ook Anthoon de bastaardzoon van Filips de Goede en na hem keizer Maximiliaan wilden er nog wel eens een lans ter hand nemen. De Brugse winnaar van het toernooi werd uitgeroepen tot Forestier in navolging van Boudewijn met de IJzeren Arm de voorganger van de eerste graven van Vlaanderen. De legende gaat dat hij de dochter van de koning van Frankrijk naar Vlaanderen ontvoerde. Bij Brugge werden ze aangevallen door een geweldadige Witte Beer. Boudewijn vocht met hem en spieste hem tegen een boom. 4

Deze keer zullen er zes deelnemers naar Denemarken afreizen om er hun kunnen te tonen. Zij komen uit de geslachten:

Adornes – De Baenst – Bave

Nyborg wapens 2013 - 1

De Bul – Metteneye – Von der Weyden

Nyborg wapens 2013 - 2

 

Anselmus Adornes (Wouter Nicolai), ridder, heer van Corthuy, Gentbrugge en Ronse

WouterEen tak van de Genuese koopmansfamilie Adorno vestigde zich aan het begin van de veertiende eeuw in Brugge en heeft het daarna nimmer meer verlaten. De vijftiende eeuwse telg uit dit geslacht Anselmus nam al op de vroege leeftijd van achttien jaar voor het eerst deel aan een steekspel en bleef daarna fervent steken. Hij won de hoorn in het Witte Beer toernooi meerdere malen en werd eenmaal zelfs Forestier, de winnaar. Het motto van de familie luidde ‘Para Tutum’.

Anselmus was getrouwd met Margaretha van der Banck en kreeg zestien kinderen. In het dagelijks levens was hij actief in de internationale handel en woonde daarom aan de Schottendijk te Brugge, waar de Britten gevestigd waren. Door zijn relaties aldaar werd hij op diplomatieke missies naar Schotland gestuurd. De uitkomst hiervan maakten dat hij in de gunst kwam bij de Schotse koning James III, zijn raadgever werd en van hem het leen Cortachy kreeg. Anselmus werd tevens geridderd en werd in 1472 burgemeester van Brugge.

In 1470 ondernam hij een bedevaart naar Jeruzalem. Zijn vader en oom hadden zelfs een aanvang genomen met het bouwen van een Heilig-Graf-Kerk, de Jeruzalemkerk, in Brugge. Deze werd door Anselmus voltooid. Hij was tevens een voorstander van het humanisme, stond in contact met zowel Italiaanse als Vlaamse intellectuelen, bestelde boeken en liet polyfone muziek en schilderijen door Vlaamse meesters maken. Daarnaast stond hij bekend als een uitstekend redenaar.

 

Jan De Baenst (Bertus Brokamp), ridder, heer van Sint-Joris-ten-Distel, Beernem, Zotschore, Veldegoed, De Walschen, Ter Walle en Oostkerke

BertusDe familie De Baenst had als motto ‘Casant!’, afkomstig van de oorsprong van de familie: Cadzand. In de vijftiende eeuw hadden leden van de familie vooraanstaande posities veroverd in het graafschap Vlaanderen, voornamelijk in de besturen van de steden Brugge, Gent en Sluis. De pater familias van dit netwerk was Jan. Hij zetelde een paar decennia lang in de schepenbank van Brugge en werd er meerdere malen burgemeester van de raden en schepenen. Jan ging tevens op diplomatieke missies, zo vertegenwoordigde hij de Vlaamse steden tijdens onderhandelingen met de Hanze te Lübeck. In het dagelijks leven woonde Jan in zijn stadspaleis, het Hof van Sint-Joris, te Brugge. Hij was getrouwd met Margaretha de Fever en kreeg drie kinderen.

Tijdens de toernooien van de Witte Beer won hij een keer de hoorn, stak hij onder andere een keer met Anthoon, de bastaardzoon van de hertog en ging hij ook naar Lille om daar te steken. Als een van de weinigen Bruggelingen en als enige van zijn familie was Jan officieel lid van de adel van Vlaanderen en ontving hij de ridderslag. Hij was opgeklommen tot hoveling aan het hertogelijke hof van Philips de Goede en later Karel de Stoute. Van beide was hij zelfs een van de twaalf ridders die de hertog raad gaven en zijn kamerling waren. Daarnaast werd Jan benoemd tot lid van de Grote Raad, het centrale gerechtshof van de hertog.

Binnen de vooral franstalige elite was Jan een voorvechter van de Nederlandse tongval. Zo was hij een redenaar, bevriend met een bekende dichter, en bestelde hij Nederlandse vertalingen van bekende Franse boeken. Daarnaast ondernam hij een pelgrimstocht naar Jeruzalem en samen met hertogin Isabella hielp hij de Fransiscanen een klooster bouwen buiten de Ezelpoort van Brugge.

 

Joris Bave (Alix van Zijl)

AlixDe Baves waren een makelaarsfamilie, nauw verwant met de Vander Beurses. Joris Bave was deken van de hoedenmakers en nam vaak zitting in het bestuur van Brugge als raad en hoofdman van een stadswijk. Hij had twee kinderen en woonde in het dubbelpand de Pensée (het viooltje) aan de Kuiperstraat in Brugge. Joris was hofmeester aan het hof van de hoogadelijke Jacob van Luxemburg, een gulden vlies ridder.

Als steker nam Joris een aantal malen met vele kloecke daeden deel aan het Witte Beer toernooi. Hij won dit toernooi in elk geval een keer. Tevens won hij de Sperwer bij het toernooi van de Epinette te Rijssel. En toen de hertog van Bourgondië en de kroonprins van Frankrijk een keer een Witte Beer toernooi gadesloegen waarin Joris meereed waren zij erg onder de indruk van de uytnemende faiets van wapenen die bedreven wiert als een wondere.

 

 

Joos De Bul (Arne Koets)

ArneDe De Buls waren sinds jaar en dag kooplieden in Brugge. In de vijftiende eeuw begonnen zij andere carrieres te ambiëren. Zo waren de familieleden Jan de Bul en Joris de Bul naast koopman ook hostelier en secretaris van de hertog. Joos de Bul daarentegen was raad in de magistraat van Brugge. Hij woonde waarschijnlijk in het huizencomplex De Halleux, vlakbij het huis van Jan de Baenst, en hij was getrouwd met Katheline Backers. Het motto van de familie De Bul is ‘Het Waarom Is Al’.

Joos was een van de meest actieve stekers van het gezelschap van de Witte Beer. Hij nam in elk geval zeven maal deel aan het toernooi van de Witte Beer en won deze in elk geval drie maal. Daarnaast reisde hij vier keer af naar het toernooi van de Epinette in Lille. Daar won hij de Sperwer en stak hij er ook een keer met Karel, de zoon van de hertog. Toen Joos in 1461 het toernooi van de Witte Beer won werd hem de hoofdprijs, de Spiet, persoonlijk door de hertog overhandigd vanwege zijn daden tijdens het toernooi.

In 1465 beriep Joos een extra steekspel de dag na het Witte Beer toernooi, ter eeren van den gheweldighen coninck Eduaert van Inghelant. Joos had goede banden met dit koningshuis, want toen Edward in 1470 in ballingschap was te Brugge, gaf Joos onderdak aan Edwards schoonbroer, de bekende toernooiridder Anthony Woodville. Als dank hiervoor mocht Joos het Engelse wapen opnemen in dat van hem.Joos was een godsvruchtig man. Hij was de belangrijkste schenker aan het Joos godshuis te Brugge. Zo financierde hij de bouw van het passenten- of pelgrimshuis van dit religieuze complex en verkreeg er het recht om begraven te worden voor het altaar.

 

Pieter Metteneye (Joram van Essen), schildknaap, heer van Marcke, Marquillies en Poelvoorde

JoramAan het begin van de dertiende eeuw vestigde zich een italiaanse ridder in Brugge, de stamvader van de Metteneye familie. Vele leden van de Metteneyes kwamen in het stadsbestuur te zitten, een aantal werden geridderd en Pieters vader werd tevens raadgever en kamerling van de hertog van Bourgondië. Pieter zelf behaalde de titel van schildknaap en hij was pannetier aan het hof van de hertog. Toen Anthoon, de bastaardzoon van de hertog, naar Londen afreisde voor een steekspel met Anthony Woodville, bevond Pieter zich in zijn gevolg.

Pieter was een aantal keer raad en schatkistbewaarder in het bestuur van Brugge en eenmaal zelfs burgemeester. Hij was getrouwd met Margaretha de Baenst en kreeg zes kinderen. De familie Metteneye had hun hoofdzetel in het huizencomplex aan de Spanjaardstraat op de hoek met de Spaanse loskaai.

Pieter was bovenal een krijgslustig man. In 1467 was hij de hoofdman van het  Brugse contingent van 200 voetsoldaten dat de hertog bijstond in zijn veldslag met de luikenaars bij Brustem. Een jaar later kreeg hij van de hertog een nieuw oorlogsharnas. Tevens moest hij troepen gereed houden van de hertog. In 1477 droeg Pieter het banier van de stad op een veldtocht tegen de Franse koning. Het Witte Beer toernooi werd meerdere malen door Pieter bezocht. Hij won het in elk geval een keer. Daarnaast won hij ook de Sperwer te Lille bij het toernooi van de Epinette.

 

Wolfgang von der Weyden (Andreas Wenzel)

AndreasIn de vijftiende eeuw was Brugge het handelscentrum van Noord-West Europa. De Hanzekooplieden, de zogenaamde Oosterlingen, hadden er een eigen kantoor en gemeenschap. Een van hen is Wolfgang von der Weyden. Hij is afkomstig uit Lübeck, uit een koopmansfamilie die van oorsprong uit Vlaanderen kwam.

Tijdens zijn handelsverblijven in het buitenland heeft Wolfgang al een aantal toernooien aangedaan. Voornamelijk in Engeland maar ook in Brugge. Tijdens een van de Witte Beer toernooien had hij zichzelf en zijn gevolg uitgedost als een stel wilde mannen. Dit tot groot genoegen van de toeschouwers.

 

 

 

John Nesfield (Martyn Smith), waarnemend Heraut Beer en scheidsrechter

Martyn Smith - John NesfieldEr is niets bekend van John Nesfield van voor 1471. In dat jaar verscheen hij in dienst van de Engelse koning Edward IV. Hij werd benoemd tot “Riding Forrester of the Forest of Galtres” (in Yorkshire). In de maanden erna kreeg hij de opdracht om enkele Lancastriaanse dissidenten te berechten. Zijn snelle stijging in de achting van de koning doet vermoeden dat hij zich had bewezen in Edwards campagne van 1470/71 in zijn strijd om de troon met Henry VI. Mogelijk was John met Edward toen die in ballingschap was in Brugge.

Wanneer hij in Brugge was zal hij kennis hebben gemaakt met de patriciërs van de stad, aangezien koning Edward onderdak had gevonden bij de heer Gruuthuuse en Edwards schoonbroer, de bekende toernooiridder Anthony Woodville, te gast was bij Joos de Bul. Het is daarom mogelijk dat de heraut van de stad Brugge, genaamd Heraut Beer, als eerbetoon aan de koning voor de duur van het toernooi van de Witte Beer iemand uit het gevolg van Edward het privilege gaf om bij het toernooi als heraut Beer en scheidsrechter dienst te doen, misschien wel iemand die was onderwezen in de kunst van het steken door Anthony Woodville…Later kreeg John de titel van schildknaap en werd hij kastelein van het kasteel van Hertford. Daarnaast werd hij kamerling voor het leven van de Engelse koningin Elizabeth Wydville. Nadat hij tegen de opstand van Buckingham had gevochten kreeg hij het landgoed Hewtesbury als gift. Uiteindelijk streed John mee in de slag bij Bosworth in 1483.

Categoriën: Ongecatoregiseerd